Hoogsensitiviteit (HSP)
HSP is wetenschappelijk aangetoond
Hoogsensitiviteit is geen modeverschijnsel. Een overzicht van waar het concept vandaan komt en wat hersenonderzoek erover laat zien.
Hoogsensitiviteit bestaat. Niet als gevoelsmatige overtuiging, niet als zelfdiagnose op het internet, maar als persoonlijkheidskenmerk dat zowel klinisch als neurobiologisch onderbouwd is.
Dat is een belangrijk vertrekpunt. Want over HSP is veel geschreven, en niet alles is even zorgvuldig. Tik "HSP" in Google en je krijgt pagina na pagina. Sommige bronnen mengen feit en fictie. Andere gieten er een esoterisch sausje over, waardoor de term een zweverige bijklank krijgt. Dat polariseert: wetenschappers die het bestaan van hoogsensitiviteit erkennen en onderzoeken staan vaak neus aan neus met wetenschappers die het thema minachten.
Dit artikel staat aan de erkenningskant. Maar dan onderbouwd, niet beweerd.
De wetenschappelijke lijn van Jung tot vandaag
De term Highly Sensitive Person is van de Amerikaanse psychologe Elaine Aron. Samen met haar man Arthur Aron publiceerde ze in 1997 een artikel in het Journal of Personality and Social Psychology. Het onderzoek kreeg in wetenschappelijke kringen aanvankelijk weinig bijval, maar bracht wel de verkoop van Arons boeken op gang.
Aron was niet de eerste. Carl Jung (1875-1961) sprak al van een "aangeboren sensitiviteit". In 1935 publiceerde Eduard Schweingruber over de sensible Mensch. Schweingruber en Aron moesten zich in de jaren dertig en negentig noodgedwongen tot klinische studies beperken. Hun theorieën kregen echter pas echt grond onder de voeten toen de neurobiologie zich erover boog.
In 2011 ontdekte hersenwetenschapper Jadzia Jagiellowicz een neurale basis voor hoogsensitiviteit. In haar onderzoek keken proefpersonen naar plaatjes onder een MRI-scan. Bij personen met HSP lichtten merkbaar meer hersengebieden op dan bij niet-HSP's.
In 2012 wees onderzoek uit dat personen met HSP een lagere responstijd hebben en minder fouten maken bij taken. Maar zodra een taak is volbracht, ervaren ze meer stressgerelateerde klachten. In 2014 ontdekten onderzoekers dat de hersengebieden die met empathie samenhangen bij HSP's extra actief zijn, en dat hoogsensitieven meer spiegelneuronen lijken te hebben. Spiegelneuronen zijn de groep neuronen die in actie komen wanneer we iemand anders iets zien doen. Na-apen, simpeler kunnen we het niet verwoorden. We hebben ze vanaf onze geboorte. Ze vormen onze primaire bron van leren.
Het belangrijkste werk dat al die studies samenbracht, is dat van prof. Elke Van Hoof, klinisch psychologe en hoogleraar gezondheidspsychologie aan de VUB. In haar boek Hoogsensitief (Lannoo Campus, 2016) verzamelt ze het bestaande wetenschappelijk onderzoek over HSP en combineert het met de meest recente neuropsychologische inzichten.
Vanaf dat moment kon je over HSP spreken zonder erbij te moeten verontschuldigen.
Geen ziekte. Een manier waarop een zenuwstelsel werkt.
Hoogsensitiviteit is geen aandoening. Het is een aangeboren persoonlijkheidskenmerk dat ongeveer evenveel bij mannen als bij vrouwen voorkomt. Zoals alle persoonlijkheidskenmerken laat het zich uittekenen op een Gauss-verdeling: aan het ene uiterste laagsensitieven, aan het andere uiterste hoogsensitieven, met de meeste mensen ergens daartussen.
Wat hoogsensitieven onderscheidt, is een anders werkend zenuwstelsel. Er komen meer prikkels in. En die prikkels worden in de hersenen diepgaander verwerkt. Hersenscans bevestigen dat: bij dezelfde prikkel "vuren" bij HSP'ers veel meer hersengebieden tegelijk. Daaruit ontstaat het diepere doordenken dat zo kenmerkend is voor mensen met HSP.
Niet iets wat je kan krijgen. Je bent het.
Tegelijk is hoogsensitiviteit nooit alleen. Je persoonlijkheid is meer dan dit ene facet. Je kan hoogsensitief zijn én extravert. Hoogsensitief én rustig. Hoogsensitief én avontuurlijk. Hoe groot of klein hoogsensitiviteit in jouw leven aanvoelt, hangt af van wie je verder bent, in welke context je leeft, en hoe je in de loop van je leven met uitdagingen hebt leren omgaan.
Wat het maakt of dit een last of een kracht is
Het verschil tussen iemand die geleerd heeft met hoogsensitiviteit om te gaan en iemand die dat nog niet heeft, is groot. Niet de eigenschap zelf bepaalt of je vastloopt, maar de manier waarop je je ertoe verhoudt.
Daarom is het zo belangrijk om de valkuilen én de kwaliteiten van dit kenmerk te leren kennen. Hoogsensitiviteit kan een talent zijn. Diep voelen, fijn afgestemd zijn, snel patronen zien, sterk empathisch vermogen, esthetisch oog, intuïtie die vaak gewoon klopt. Dat is geen kleinigheid. Maar zonder begrip van hoe overprikkeling werkt en hoe een gevoelig zenuwstelsel rust nodig heeft, kantelt diezelfde gevoeligheid in uitputting, twijfel en zelfbevraging.
In een coachings- of begeleidingstraject onderzoek ik samen met jou wat hoogsensitiviteit voor jou betekent. We kijken naar wat overprikkeling concreet bij jou veroorzaakt, hoe je een gevoelig zenuwstelsel kan reguleren in plaats van overrompelen, waarom positieve psychologie, mindfulness en verbindende communicatie hier zo goed werken, en hoe je hoogsensitiviteit als talent kan inzetten in plaats van als handicap te dragen.
Het uitgangspunt is altijd hetzelfde. Niet "wat is er mis met mij?". Wel "wat heeft mijn systeem nodig om tot z'n recht te komen?".
Een korte persoonlijke noot
In het najaar van 2016 volgde ik aan de VUB de opleiding HSP voor professionals bij prof. Elke Van Hoof. Het was de eerste keer dat ik het volledige wetenschappelijke landschap rond hoogsensitiviteit op één plek samengebracht zag. Voor mij was dat een keerpunt: ik werkte al jaren met cliënten die zichzelf herkenden in deze beschrijving, en kreeg er nu eindelijk een degelijk kader bij.
Sindsdien is het thema een vaste lijn in mijn praktijk gebleven.
"Ook andere therapeuten erkenden mijn hoogsensitiviteit, maar bij Mathieu zag ik daarbovenop herkenning. Dat maakte zijn erkenning voor mij meer waard en zijn ondersteuning groter. Hier voelde ik me écht gezien."
Jorn, cliƫnt
Bronnen
Gebaseerd op onderzoek en literatuur uit:
- Elaine en Arthur Aron, Sensory-Processing Sensitivity and its Relation to Introversion and Emotionality (Journal of Personality and Social Psychology, 1997)
- Carl Jung, oorspronkelijk werk over aangeboren sensitiviteit (vroeg twintigste eeuw)
- Eduard Schweingruber, Der sensible Mensch (1935)
- Jadzia Jagiellowicz e.a., fMRI-onderzoek naar hoogsensitiviteit (2011)
- Vervolgonderzoek 2012-2014 naar responstijden, foutmarges en empathie-gerelateerde hersengebieden
- Elke Van Hoof, Hoogsensitief (Lannoo Campus, 2016)
- mijn eigen praktijkervaring als klinisch psycholoog en lichaamsgericht therapeut, met daarbij de opleiding HSP voor professionals aan de VUB onder leiding van prof. Elke Van Hoof